Weerbaarheid van onze Europese Unie begint bij burgers

22-05-2026
234 keer bekeken

Sophie in ’t Veld over democratie, macht en waarom burgers opnieuw eigenaar moeten worden van de Europese Unie

De Europese Unie is kwetsbaarder dan veel burgers beseffen. Niet door een gebrek aan regels of instellingen, maar omdat macht zich steeds meer concentreert terwijl de tegenmacht - parlementen, rechters en media - verzwakt. Volgens voormalig Europarlementslid Sophie in 't Veld is dat vandaag één van de grootste risico’s voor de Europese democratie.

Tijdens haar gesprek in aanloop naar de NIPV Masterclass over democratische weerbaarheid schetst In ’t Veld een beeld van een Europese Unie die tegelijk krachtig én kwetsbaar is. Een Unie die historisch ongeziene kansen biedt, maar intern steeds meer onder druk staat door politieke machtsconcentratie, afnemende controlemechanismen en een bevolking die zich weinig betrokken voelt bij het Europese project.

Toch eindigt haar verhaal niet in pessimisme. Integendeel. “De Europese Unie is niet iets van ‘Brussel’. De Unie is van ons. En als burgers moeten we dat eigenaarschap opnieuw opnemen.”

 

Democratische weerbaarheid van onze Europese Unie

We zien niet hoe wankel het EU-kaartenhuis geworden is

Volgens In ’t Veld onderschatten veel Europeanen hoe kwetsbaar de democratie van onze Europese Unie vandaag werkelijk is. Niet omdat de EU geen verdragen of instellingen heeft, maar omdat die instellingen steeds minder functioneren zoals ze oorspronkelijk bedoeld waren.  “We hebben nauwelijks kennis over hoe de Europese Unie werkt,” zegt ze. “Iedereen weet ondertussen wat ‘impeachment’, ‘government shutdown’ of ‘gerrymandering’ betekent in de Verenigde Staten. Maar bijna niemand weet wat ‘intergouvernementeel’ betekent — een systeem waarbij nationale regeringen zoveel mogelijk controle houden — of wie de Europese commissaris voor defensie is.”

Dat gebrek aan kennis heeft gevolgen. Burgers volgen de Amerikaanse politiek vaak intensiever dan hun eigen Europese democratie. Daardoor zien ze volgens haar onvoldoende hoe kwetsbaar de machtsstructuur van de EU geworden is.

Ze gebruikt daarvoor bewust de metafoor van een kaartenhuis. “Het institutionele systeem van de EU is gebouwd op evenwicht: macht en tegenmacht. Dat staat in de verdragen. Maar in de praktijk houdt bijna niemand zich daar nog aan. Dat maakt het systeem enorm kwetsbaar.”

Volgens haar is de grootste machtsverschuiving gebeurd richting de Europese Raad — de vergadering van nationale regeringsleiders. Formeel heeft die Raad vooral een strategische adviesrol, maar in werkelijkheid is ze uitgegroeid tot het machtigste orgaan van de Europese Unie.

“De regeringsleiders trekken steeds meer beslissingen naar zich toe. Ze beslissen achter gesloten deuren, vaak buiten parlementaire controle om. En tegelijk worden parlementen, rechters, media en toezichthouders verzwakt.”

In ’t Veld ziet daarin parallellen met de Verenigde Staten. Ook daar werd volgens haar jarenlang gedacht dat het democratische systeem zichzelf wel zou corrigeren — tot iemand steeds meer macht naar zich toe begon te trekken.”  “In onze Europese Unie hebben wij niet één president die het systeem radicaal omgooit. Wij hebben er 27.”

 

Brussel en het vertrouwen van burgers

Waarom Washington dichterbij voelt dan Brussel

Volgens In ’t Veld is het idee dat “Brussel (lees De EU) ver weg is” grotendeels een mentale constructie geworden.  “Washington ligt letterlijk veel verder weg dan Brussel,” zegt ze. “Maar toch voelt Amerikaanse politiek voor veel mensen dichterbij.”

Dat komt volgens haar niet toevallig. Europese politiek wordt vaak technocratisch voorgesteld - zowel door nationale politici als door media. “We praten voortdurend minachtend over de ‘Brussels bubble’, alsof onze eigen Europese instellingen iets verdachts zijn. Niemand spreekt over de ‘Washington bubble’ wanneer het over Amerikaanse instellingen gaat.”

Ook taal speelt volgens haar een cruciale rol. Wanneer media schrijven dat “Brussel beslist heeft”, blijft vaak onduidelijk wie precies een beslissing genomen heeft: de Europese Commissie, het Parlement, de Raad of de lidstaten zelf. “Over Amerikaanse politiek is de berichtgeving precies: Congress, Supreme Court, White House… Maar in Europa gooien we alles op één hoop onder de noemer ‘Brussel’.” Daardoor ontstaat volgens haar een verkeerd beeld waarbij “De EU” als een externe macht wordt gezien, terwijl nationale regeringen net bijzonder veel invloed hebben binnen de Europese besluitvorming. “Veel nationale politici zeggen dat ze een sterk Europa willen. Maar tegelijk willen ze vooral zelf de controle behouden.”

Ze verwijst daarbij onder meer naar discussies over defensie, begrotingen en vetorechten, waarbij regeringsleiders zich naar buiten toe Europees opstellen, maar in werkelijkheid zich vooral bekommeren over het behoud van de eigen machtspositie.

 

Democratie onder druk

Macht zonder tegenmacht is geen democratie

Voor In ’t Veld draait is de kern van democratie macht én tegenmacht.” En precies daar ziet ze vandaag een gevaarlijke evolutie. Ze verwijst naar regeringen die rechterlijke uitspraken naast zich neerleggen, naar aanvallen op onafhankelijke media en naar politieke druk op Europese instellingen. Zo haalt ze voorbeelden aan van uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens die eenvoudigweg genegeerd worden, of van nationale leiders die openlijk verklaren dat internationale gerechtelijke uitspraken voor hen vrijblijvend zijn.

“Als regeringen zelf beginnen bepalen welke uitspraken ze nog respecteren, dan zit je op een gevaarlijk hellend vlak.”

Ook de Europese Commissie vervult volgens haar steeds minder haar rol als onafhankelijke bewaker van Europese regels. In theorie moet de Commissie onafhankelijk optreden in het algemeen Europees belang. In praktijk ziet In ’t Veld hoe het bedienen van de nationale regeringsleiders belangrijker wordt dan consequente handhaving van de Europese wetten en de rechtsstaat. “Er bestaat eigenlijk een hele gereedschapskist om democratische normen af te dwingen. Alleen wordt die veel te voorzichtig gebruikt, omdat de Europese Commissie de regeringsleiders te vriend wil houden.”

Dat maakt volgens haar het systeem niet alleen zwakker, maar ook minder geloofwaardig voor burgers.

 

Weerbaarheid van de samenleving

Democratie in de EU beschermen is geen taak van politici alleen

Volgens In ’t Veld ligt de verantwoordelijkheid niet enkel bij instellingen. Democratische weerbaarheid begint ook bij burgers zelf.  “Het EU gedachtengoed besteden we te vaak uit aan premiers en regeringsleiders. Maar Europa is van ons allemaal.” Ze waarschuwt voor een houding van politieke gelatenheid, waarbij burgers denken dat veranderingen toch onmogelijk zijn. “Als mensen in Georgië, Servië of Oekraïne bereid zijn hun veiligheid en vrijheid op het spel te zetten voor democratie, waarom zouden wij dan denken dat wij niets kunnen doen?”

Daarom pleit ze voor een veel actievere Europese burgercultuur. Niet alleen stemmen, maar ook deelnemen, druk zetten en betrokken raken.

Volgens haar kunnen burgers vandaag al heel concreet bijdragen aan een sterker Europese Unie.

Wat burgers vandaag al kunnen doen:

  1. Verdiep je in Europese politiek en besluitvorming
  2. Steun onafhankelijke journalistiek en Europese media
  3. Spreek lokale en nationale politici aan op hun Europese keuzes
  4. Word actief in een maatschappelijke organisatie of politieke beweging
  5. Neem deel aan publieke acties of debatten
  6. Stem op partijen die Europese samenwerking versterken
  7. Durf je uit te spreken als Europese burger

“Je hoeft geen constitutioneel expert te worden,” zegt ze. “Maar je moet wel in actie komen.” Ze benadrukt ook dat pro-Europese stemmen te vaak defensief communiceren.  “Populisten spreken over identiteit, waarden en cultuur. Zij vertellen een emotioneel verhaal. Pro-Europese krachten komen vaak alleen met technocratische argumenten. Maar niemand wordt verliefd op ‘de interne markt’.”

Volgens haar moet Europa opnieuw een politiek én emotioneel project durven worden.

 

Hoop voor onze Europese Unie


Resultaten uit het verleden geven wél hoop voor de toekomst

Ondanks haar scherpe analyse blijft In ’t Veld opvallend hoopvol. Ze wijst erop dat Europa historisch al bewezen heeft tot enorme transformaties in staat te zijn.

“We vergeten soms hoe uitzonderlijk de Europese Unie eigenlijk is. De helft van de lidstaten van de huidige Europese Unie waren nog niet zo lang geleden dictaturen.” Voor haar ligt de sleutel niet in fatalisme, maar in opnieuw durven geloven dat verandering mogelijk is. “Als iemand in 1939 had gezegd dat Europa ooit een Unie van tientallen democratische landen zou worden, had niemand dat geloofd.” Volgens haar staan we vandaag opnieuw op zo’n kantelpunt. Ze schuift daarbij drie grote prioriteiten naar voren die volgens haar essentieel zijn om Europa democratischer én weerbaarder te maken:

 

1. Hervorm de Europese Unie grondig

De EU werkt vandaag nog grotendeels met bestuursstructuren die ontworpen werden voor zes landen in de jaren 50. Volgens In ’t Veld moet de Europese Commissie onafhankelijker worden, moeten nationale veto’s verder verdwijnen en moet de macht opnieuw beter in evenwicht komen met parlementaire controle. 

 

2. Breid de Europese Unie uit en versterk het democratische project

Landen die vandaag in de wachtkamer zitten - zoals Oekraïne, Georgië of de Westelijke Balkan - moeten volgens haar perspectief krijgen op snelle toetreding. “De Europese Unie uitbreiden, zal opnieuw politieke energie geven.”

 

3. Breek nationale blokkades binnen de Europese Unie verder af

Volgens haar verliezen Europese landen vandaag economische slagkracht doordat nationale belangen te vaak hervormingen blokkeren. Van defensie tot technologie en energiebeleid: de Europese Unie leden moet volgens haar veel sneller durven samenwerken als één blok. “Als we die nationale egoïsmes loslaten, kan Europa de beste plek ter wereld blijven om te leven.”

 

De Europese Unie is van ons

De kernboodschap van Sophie in ’t Veld is uiteindelijk eenvoudig, maar fundamenteel: democratie overleeft alleen wanneer burgers zich er opnieuw eigenaar van voelen.

Volgens haar moet de Europese Unie daarom opnieuw iets worden waar mensen zich actief mee verbinden - niet alleen economisch, maar ook politiek, emotioneel en maatschappelijk.

Niet wachten tot de crisis onomkeerbaar wordt.

Niet verwachten dat regeringsleiders het vanzelf zullen oplossen.

Maar zelf opnieuw deelnemen aan het Europese verhaal.

“De Europese Unie is meer dan een project van regeringsleiders alleen. Zonder burgers is er geen democratie. En zonder betrokken burgers wordt de EU nooit weerbaar.”

Afbeeldingen

Cookie-instellingen