Zijn boodschap is duidelijk: moderne dreigingen beginnen vandaag zelden met tanks aan de grens. Ze beginnen met cyberaanvallen, sabotage, desinformatiecampagnes, verstoringen van vitale infrastructuur en pogingen om samenlevingen van binnenuit onder druk te zetten. “Veel mensen denken nog altijd dat we in vredestijd leven,” zei Khan tijdens de masterclass. “Maar eigenlijk bevinden we ons in een periode van toegenomen dreiging en instabiliteit.”
Voor WeerbaarNL schetst hij waarom resilience vandaag een essentieel onderdeel geworden is van de NAVO-strategie.
Van watersnoodramp tot NAVO-resilience en Civil Preparedness
Weinig mensen weten dat de oorsprong van de resilience activiteiten binnen de NAVO teruggaat tot de watersnoodramp van 1953. Een zware noordwesterstorm gecombineerd met springtij veroorzaakte toen recordhoge waterstanden in het Noordzeegebied, waardoor dijken op grote schaal doorbraken in Nederland, België en het Verenigd Koninkrijk. De getroffen landen vroegen toen aan de NAVO hoe de lidstaten elkaar beter konden ondersteunen tijdens grote rampen. Daaruit ontstond binnen de NAVO de discipline van “Civil Emergency Planning”: vooraf plannen maken zodat landen in crisissituaties snel kunnen samenwerken en elkaar kunnen ondersteunen.
Aanvankelijk lag de focus vooral op rampenbestrijding en civiele noodplanning.
Tijdens de Koude Oorlog verschoof dat echter steeds meer richting burgerlijke ondersteuning van militaire operaties tijdens een conflict. Energievoorziening, civiele transportcapaciteit, communicatie en medische ondersteuning werden plots ook strategische factoren binnen defensieplanning.
Na de val van de Berlijnse Muur verdween dat gevoel van urgentie grotendeels naar de achtergrond. “We dachten: er komt geen oorlog meer. Dus gingen we ons daar ook niet meer op voorbereiden.” De focus verschoof opnieuw richting klassieke rampenbestrijding en samenwerking met partnerlanden.
Dat veranderde opnieuw na de Russische annexatie van de Krim in 2014. Volgens Khan werd toen duidelijk dat een samenleving ook zonder klassieke militaire invasie ernstig ontwricht kan worden via hybride acties.
Hybride dreigingen als nieuwe realiteit
Volgens Khan bestaat de grootste uitdaging vandaag uit hybride dreigingen die bewust onder de grens van een klassieke militaire aanval blijven. De ‘above the threshold activities’: acties die net niet ver genoeg gaan om artikel 5 van de NAVO te activeren, maar wel bedoeld zijn om druk uit te oefenen op samenlevingen. Hij verwees onder meer naar cyberaanvallen, sabotage van onderzeese infrastructuur, drone-incidenten, verstoringen van energievoorziening en doelgerichte desinformatiecampagnes. Volgens hem zijn zulke “speldenprikken” vaak bedoeld om maatschappelijke ontwrichting te veroorzaken, onzekerheid te creëren en vertrouwen in overheden te ondermijnen.
De drie kerntaken van NAVO-resilience
Binnen de NAVO draait resilience vandaag rond drie grote taken:
Een eerste taak is continuity of government: ervoor zorgen dat overheden ook tijdens zware crises blijven functioneren. Wanneer bestuursstructuren uitvallen, ontstaan immers onmiddellijk problemen op alle andere domeinen.
Een tweede taak is continuity of essential services to the civilian population: zorgen dat energie, voedsel, water, brandstof, communicatie en medische zorg tijdens een crisis beschikbaar blijven voor burgers.
De derde taak is civil support to the military: de ondersteuning van militaire operaties vanuit civiele systemen en infrastructuur. Dat wordt concreet zichtbaar in wat de NAVO Host Nation Support noemt. Wanneer NAVO-troepen bijvoorbeeld een lidstaat moeten versterken tijdens een crisis, kunnen zij niet onbeperkt volledig autonoom opereren. Uiteindelijk blijven ook militairen afhankelijk van lokale voedselvoorziening, brandstof, medische capaciteit, transport en logistiek.
Volgens Khan zit daar precies één van de grote uitdagingen van vandaag: veel essentiële middelen bevinden zich niet langer exclusief bij defensie, maar bij civiele spelers en private bedrijven.
De zeven baseline requirements van de NAVO
Om nationale weerbaarheid concreet op te bouwen ontwikkelde de NAVO zeven zogenaamde “Resilience BaselineRequirements”: basisvoorwaarden die essentieel zijn om een samenleving ook tijdens zware crises draaiende te houden.
De focus ligt daarbij op continuïteit van bestuur, veilige energievoorziening, voedselzekerheid, medische capaciteit bij massaslachtoffers, veilige civiele communicatiesystemen, weerbare transportsystemen en het kunnen omgaan met grote bevolkingsverplaatsingen tijdens crises.
Volgens de NAVO zijn vooral de onderlinge afhankelijkheden tussen die systemen cruciaal. Khan verwees daarbij naar het gevaar van cascade-effecten: “Als elektriciteit uitvalt, volgen vaak snel cascade-effecten. Communicatie valt uit, transport geraakt verstoord en voedselproductie komt onder druk.” Daarom kijkt de NAVO vandaag niet alleen naar militaire verdediging, maar ook naar supply chain security en de weerbaarheid van vitale infrastructuur.
Lessen uit Oekraïne
De oorlog in Oekraïne vormt vandaag één van de belangrijkste leeromgevingen voor NAVO-resilience. Volgens Khan tonen de ervaringen daar hoe belangrijk voorbereiding en aanpassingsvermogen zijn geworden.
Een opvallende les gaat over generatoren en reserveonderdelen voor energie-infrastructuur. Zaken die in vredestijd banaal lijken, blijken tijdens oorlog plots cruciaal. Daarom kijken steeds meer landen naar zogenaamde cruciale repair capacities: welke onderdelen en systemen moeten vooraf beschikbaar zijn om kritieke infrastructuur snel te herstellen? Finland investeert daar vandaag sterk in op basis van Oekraïense lessen.
Ook schuilplaatsen krijgen opnieuw aandacht. In Oekraïne ontstond het zogenaamde ‘two walls principle’: bescherming zoeken in een binnenruimte tussen twee stevige muren wanneer luchtalarmen afgaan. Veel burgers kunnen immers niet meerdere keren per nacht met hun gezin naar een schuilkelder trekken na een alarm.
Tegelijk kijken landen zoals Finland naar multifunctionele ondergrondse infrastructuur. Grote parkeergarages kunnen daar in crisissituaties omgevormd worden tot schuilplaatsen voor duizenden burgers.
Maar misschien de belangrijkste les gaat volgens Khan over de weerbaarheid van burgers zelf. In Oekraïne ziet de NAVO hoe burgers zichzelf organiseren, elkaar helpen en de samenleving draaiende houden. Dat is volgens hem de essentie van maatschappelijke resilience.
Societal resilience: vertrouwen als strategische factor
Een centraal thema in de presentatie van Khan is societal resilience (maatschappelijke weerbaarheid). Volgens hem draait weerbaarheid uiteindelijk niet alleen om versterking van infrastructuur of noodplanning, maar vooral om vertrouwen tussen overheid en samenleving. Tijdens de COVID-19 crisis zag de NAVO grote verschillen tussen landen waar burgers veel vertrouwen hadden in hun overheid- en maatregelen veel beter opvolgden - en landen waar dat vertrouwen lager lag.
Dat vertrouwen bouw je volgens hem niet op tijdens een crisis, maar in vredestijd. “Je kan burgers niet pas serieus nemen wanneer de crisis uitbreekt.”
De NAVO ontwikkelde daarom in 2023 specifieke guidance ter versterking van maatschappelijke weerbaarheid. Daarbij ligt de focus op drie zaken: burgers beter voorbereiden om zichzelf en hun omgeving te beschermen, hen weerbaarder maken tegen desinformatie en ervoor zorgen dat samenlevingen tijdens crisissen mee kunnen helpen om essentiële structuren draaiende te houden, inclusief ondersteuning van defensie.
Volgens Khan proberen desinformatiecampagnes net verdeeldheid te creëren binnen samenlevingen. Tijdens COVID zag men bijvoorbeeld hoe specifieke bevolkingsgroepen doelgericht werden benaderd met valse informatiecampagnes.
Van de “Uber Eats-generatie” tot gerichte communicatie
Een opvallende observatie tijdens de masterclass gaat over generaties en preparedness.
Volgens Khan voldoen oudere generaties vaak beter aan de bekende “72 uur zelfredzaamheid”-richtlijn dan jongeren. Hij verwees daarbij naar wat hij zelf omschreef als de “Uber Eats-generatie”: jongeren die nauwelijks nog voedselvoorraden in huis hebben en sterk afhankelijk zijn van onmiddellijke levering. Daarom volstaat algemene communicatie volgens hem niet langer. Wil men burgers effectief bereiken, dan is gerichte communicatie nodig aangepast aan specifieke doelgroepen en leefwerelden en hun specifieke kwetsbaarheden.
Resilience is een gedeelde verantwoordelijkheid
Resilience kan vandaag onmogelijk alleen door nationale overheden georganiseerd worden. Daarom richt de NAVO zich niet alleen op overheden, maar ook op private bedrijven en maatschappelijke groepen.
Voor de samenwerking met de private sector ontwikkelde de NAVO recent guidance ter versterking van publiek-private samenwerking ter ondersteuning van weerbaarheid. Dat is volgens de NAVO essentieel, omdat een groot deel van de vitale infrastructuur vandaag in handen is van private spelers, van energie en voedselvoorziening tot medische infrastructuur, logistiek en communicatie. Khan geeft daarbij het voorbeeld van Walmart in de Verenigde Staten, waar sommige vestigingen afspraken maakten met de lokale overheid om tijdens crisissituaties essentiële goederen ter beschikking te stellen van burgers. Zulke samenwerking toont volgens hem aan hoe maatschappelijke weerbaarheid ook buiten de overheid georganiseerd moet worden.
NAVO en Europese Unie: verschillende rollen, zelfde uitdaging
Tijdens de masterclass komt ook de samenwerking tussen de NAVO en Europese Unie uitgebreid aan bod. Via eenstructured dialogue wisselen beide organisaties informatie uit over onder meer bescherming van kritieke infrastructuur, cyber preparedness, medische samenwerking, population movements en resilience van vitale systemen.
De Europese Unie beschikt over bindende instrumenten zoals richtlijnen en verordeningen, terwijl de NAVO vooral adviserend werkt op basis van consensus tussen lidstaten.
Voor de komende jaren ziet Khan twee grote uitdagingen:
De eerste is dat niet iedereen vandaag hetzelfde dreigingsbeeld deelt. Volgens hem onderschatten veel burgers nog altijd hoe sterk hybride dreigingen samenlevingen kunnen beïnvloeden.
Daarnaast maakt hij zich zorgen over desinformatiecampagnes en polarisatie die verdeeldheid proberen te creërenbinnen diverse samenlevingen.
Tegelijk ziet hij ook redenen tot vertrouwen:
De oorlog in Oekraïne toont volgens hem aan hoe snel burgers zich kunnen aanpassen, elkaar helpen en solidariteit organiseren wanneer dat nodig wordt. Maatschappelijke weerbaarheid zal de komende jaren steeds meer lokaal georganiseerd moeten worden. Lokale besturen, veiligheidsregio’s, steden, gemeenten én burgers zelf zullen daarin een cruciale rol spelen.
“Resilience begint niet wanneer de crisis uitbreekt,” besluit hij. “Het begint in vredestijd.”